http://elisabeth-dijon.org

   Leven

 

 

 

Home

Gebed 

Biografische schets

Novena

Boeken
Catalogus
Pelgrim te Elisabeth
Dagelijks Evangelie 
e-mail

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Op 18 juli 1880 wordt Sabeth Catez geboren in een militair kamp. 

 

 

 

De kleine kapiteinsdochter heeft een wilskrachtig temperament, onstuimig zelfs, soms geweldig. 

 


 

Maar ze is ook aangetrokken tot alles wat groot en mooi is. En ze staat open voor Jezus. Ze wil gegeven zijn zoals Hij. Uit liefde tot Hem wil ze haar “ vreselijk karakter ” overwinnen.

 

      

 

 

Op 13-jarige leeftijd behaalt zij haar “Eerste prijs” voor piano aan het Conservatorium van Dijon.

 

Maar haar ambities liggen elders : 
zij wil Jezus liefhebben zonder enig voorbehoud.
Hem haar leven toewijden.
Haar leven verloopt zoals dat van alle jonge meisjes van haar tijd 
en alles boeit haar : de zee, de bergen, de vriendschap. Maar ook de parochie, het ziekenbezoek, de catechese voor kinderen. En méér dan alles, en door alles heen, het gebed.

 

Meer en meer voelt Elisabeth zich tot de Karmel geroepen om er voortdurend te bidden en de mensheid dichter bij God te brengen.
Nadat zij de weigering van haar moeder heeft overwonnen, 
treedt zij op 21-jarige leeftijd in de Karmel van Dijon in.
Zij is diep gelukkig : een streng en arm leven, vervuld van gebed, maar overstraald door de Zon van Gods Aanwezigheid en de onderlinge liefde. 

 

 

Na een zonovergoten eerste proeftijd en een moeilijk noviciaatsjaar spreekt zij haar geloften uit op 11 januari 1903.
Eindelijk is zij “ bruid van Christus ”.

 

 

 

Zij voedt zich met het Woord van God,
vooral met de Sint-Paulus
die haar uitnodigt om “ loflied Gods heerlijkheid ” te worden,
van deze “ God die ons overvloedig heeft liefgehad ”.

Elisabeth wil Hem liefde voor liefde geven in het bestaan van elke dag, in het leven van haar gemeenschap. In haar brieven aan haar vrienden, voor het grootste deel leken, deelt zij haar wonderlijke ontdekking mee : allen geroepen, allen bemind, allen door de Aanwezigheid bewoond.


In 1904 schrijft ze haar beroemde gebed “ O mijn God, Drie-eenheid die ik aanbid ”, waarin ze zich helemaal prijsgeeft...

Getroffen door de toenmaalsongeneeslijke ziekte van Addison 
kent zij een lange doodstrijd 
van negen maanden.
Ze lijdt zeer veel maar is diep gelukkig omdat ze nog kan beminnen en zich totaal wegschenken.
Zij sterft op 9 november 1906.